dinsdag 22 januari 2013

De kunst van het niets-doen


Sommige mensen kunnen heel goed niks doen, anderen moeten constant bezig zijn. Ik hoor bij die laatste groep. Altijd moet ik wat te doen hebben, en als ik niks toe doen heb, zorg ik er wel voor dat ik iets te doen krijg. Op werk is dat een goede eigenschap, maar thuis… niet altijd.

Ik merkte de laatste tijd dat ik in het weekend vond dat ik dingen moest doen. En dan zo veel mogelijk dingen in 2 dagen. Dit komt, naast mijn ik-moet-dingen-doen-instelling, ook door het feit dat ik van 24u naar 40u werken in de week ben gegaan. Als ik vertrek naar werk is het donker en als ik weer thuiskom is het donker. Zo voelt het alsof ik alleen ’s nachts thuis ben, hoewel het beter wordt want toen ik vandaag thuiskwam was het nog niet pikkedonker!

Kiekjes vanuit het huis, lychees op de fruitschaal

Mijn weekenden zijn dus altijd gevuld met bezoekjes aan familie, aan supermarkten, aan winkels in het algemeen, aan schoonmaken, aan opruimen en noem het maar op. Prima, als je het verspreidt, maar vanaf het moment dat we verhuisd zijn, zijn alle weekenden op die manier volgeboekt.


En sinds een week of 2 ben ik tot inkeer gekomen. Af en toe niks doen is helemaal niet erg, het is juist erg fijn! Dat klinkt misschien logisch voor jou, maar voor mij was het een openbaring. En stiekem is het nog best moeilijk ook, niks doen. Want er zijn veel dingen die je lokken om tóch iets te gaan doen. Denk bijvoorbeeld aan de sneeuw, aan familie die je al lang niet hebt gezien en, niet de onbelangrijkste, de sale…!


Maar afgelopen weekend was het zo ver, ik deed helemaal niks. ’t Vriendje had een mannenavond en was dus niet thuis van vrijdag op zaterdag. In plaats van zaterdag ochtend vroeg op te staan en me naar de stad te spoeden, zat ik op de bank en keek ik Gossip Girl. En in plaats van schoon te maken, ruimde ik alleen de keuken een klein beetje op. Het was namelijk zo’n bende dat je er niet meer in of uit kon, dankzij het arriveren van het fornuis. Ook toen ’t vriendje weer thuiskwam, zette het niets-doen zich voort. Hij is zo iemand die wel rustig niks kan doen, dus ik kan het van hem leren. We hebben ’s middags allebei computerspelletjes zitten doen. Meneer speelde Fifa, en ik, heel old school, rollercoaster tycoon. Ik heb nog een klein rondje gewandeld, wat foto’s gemaakt en toen weer naar huis. Pas ’s avonds gingen we iets doen, even snel boodschappen.


De zondag hadden we grootse plannen. We wilde naar de rommelmarkt in Den Bosch, we moesten thuis voetbal kijken, en ’s middags weer naar Den Bosch voor de verjaardag van mijn omaatje. Maar midden in de nacht kwam ik tot de conclusie dat het niks doen me wel was bevallen, en dat ik zondag’s helemaal niet heen-en-weer-heen-en-weer van Breda naar Den Bosch wilde. We hebben de rommelmarkt dus laten schieten (jammer maar helaas.. volgende keer beter!) en zijn pas ’s middags in de auto gestapt.


Nu ik er zo op terug kijk, heb ik een heerlijk weekend gehad. Lekker niks doen kan echt geweldig zijn. Ik zou het zeker niet elk weekend willen (of kunnen!) maar ik weet nu wel dat niks doen helemaal niet suf, saai of verkeerd is. Het is juist heerlijk ontspannen, en ik ga het zeker vaker zo rustig aan doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen